ECLI:NL:RBZWB:2020:6060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen watervergunning
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat inzake een vergunning voor het storten van bodemmateriaal in stortvak O-03 in de Oosterschelde. Nadat vergunninghouder een nieuwe vergunning voor een andere locatie (stortvak O-02) had gekregen en daar gebruik van maakte, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De minister stelde dat geen proceskostenveroordeling aan de orde was omdat er geen tegemoetkoming was verleend. De rechtbank oordeelde dat de verleende vergunning voor stortvak O-03 niet was gewijzigd en dat de nieuwe vergunning voor een andere locatie geen tegemoetkoming vormt in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande en griffier Alblas op 3 december 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.