Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
primairop 19 maart 2020 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [naam 1] met een klauwhamer tegen het gezicht en
hethoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 19 maart 2020 te Breda opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e lid 3 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam 3] (inspecteur van politie), belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen mee te werken aan een bloedonderzoek, hieraan geen gevolg te geven.
5.De strafbaarheid
- [naam 1] , [naam 4] en verdachte zijn eerder op de dag met zijn drieën in de auto drugs gaan kopen;
- In de auto heerste een agressieve sfeer, waarbij [naam 1] verdachte verbaal heeft bedreigd;
- Na de aankoop van drugs zijn [naam 1] , [naam 4] en verdachte naar de woning van [naam 1] gereden waar [naam 1] zijn hondje heeft opgehaald;
- Vervolgens zijn [naam 1] , [naam 4] en verdachte naar de woning van de broer van verdachte, [naam 5] , gegaan.
- In de woning van [naam 5] is verdachte naast [naam 1] op de bank gaan zitten en alcohol gaan drinken. Verdachte was op dat moment ook al onder invloed van cocaïne;
- Volgens verdachte reikte [naam 1] op enig moment naar een fles op de grond, waarop verdachte onder de schuin tegenover gelegen bank een klauwhamer pakte en hiermee tegen het gezicht en het hoofd van [naam 1] sloeg.
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan feit 2;
een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
Beslag (feit 1 primair)
feit 1 primair)
feit 2)
primairhij op of omstreeks 19 maart 2020 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [naam 1] met een (klauw)hamer, althans een hard en/of zwaar voorwerp, (meermalen) in/tegen het gezicht en/of hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 20 maart 2020 te Breda [naam 2] (politieagent) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen, op korte afstand, in en/of in de richting van het gezicht van die [naam 2] te blazen;
hij op of omstreeks 19 maart 2020 te Breda opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55e lid 3 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam 3] (inspecteur van politie), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een bloedonderzoek, hieraan geen gevolg te geven.