Eiseres, werkzaam als verzorgende, viel op 11 juli 2017 uit vanwege psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan per 9 juli 2019. Het UWV weigerde deze uitkering, waarna eiseres bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht de uitkering had geweigerd.
De medische beoordeling door een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat eiseres beperkingen heeft in persoonlijk en sociaal functioneren, maar dat zij gemiddeld ongeveer 8 uur per dag kan werken met beperkingen voor nacht- en onregelmatige diensten. De rechtbank achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond geen aanleiding om de beperkingen verder te beperken.
De arbeidsdeskundige b&b stelde dat eiseres niet geschikt is voor sommige functies, maar wel voor andere passende functies zoals archiefmedewerker. De rechtbank vond de geselecteerde functies passend en de berekening van de arbeidsongeschiktheid op basis daarvan leidde tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
Omdat de WIA-uitkering pas toegekend wordt bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, oordeelde de rechtbank dat het UWV de uitkering terecht had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond.