Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
toebehoorden, heeft vernield;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
€ 17.500,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.
€ 3.452,00 voor feit 6 onder parketnummer 02/015621-19.
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder parketnummer 02/015621-19 tenlastegelegde feit 3;
meermalen gepleegd
een gevangenisstraf van 377 dagen;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
wonende te [adres slachtoffer 1] ;
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag slachtoffer 2] 1958 te [geboorteplaats slachtoffer 2] ,
wonende te [adres slachtoffer 2]
- [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedag slachtoffer 4] 2002 te [geboorteplaats slachtoffer 4]
wonende te [adres slachtoffer 4]
- [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedag slachtoffer 5] 1976 te [geboorteplaats slachtoffer 5] ,
wonende te [adres slachtoffer 5] ;
€ 23.198,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening. Het toegewezen bedrag bestaat uit € 5.698,85 ter zake van materiële schade en € 17.500,00 ter zake van immateriële schade;