ECLI:NL:RBZWB:2020:6427
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving maatregel Participatiewet
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 8 oktober 2020 van Orionis Walcheren over de handhaving van een maatregel opgelegd op grond van de Participatiewet. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening omdat hij zijn vaste financiële verplichtingen niet meer kon nakomen.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Uit de stukken bleek dat de uitkering op het moment van het verzoek was hersteld en dat er geen dreiging was van ontbinding van de huurovereenkomst. Bovendien waren de aangeleverde bankafschriften onvoldoende duidelijk om een negatieve financiële situatie aan te tonen.
Op grond van deze feiten concludeerde de voorzieningenrechter dat verzoeker niet in een financiële noodsituatie verkeerde die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de handhaving van de maatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.