Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 december 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
de korpschef van politie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
De betrokkene dient op het moment van het verzoek of bezwaarschrift gedurende minimaal drie jaar ononderbroken de door hem gevraagde LFNP-functie uit te hebben geoefend. Opgemerkt dient te worden dat bij aanvang van de werkzaamheden niet altijd duidelijk zal zijn geweest welke LFNP-functie werd uitgeoefend c.q. opgedragen. Bij aanvang zal de functie dan ook niet altijd zijn genoemd. Indien in dat geval achteraf bezien sprake is van uitoefening van de gevraagde LFNP-functie, geeft dit recht op plaatsing indien aan de overige voorwaarden is voldaan. De medewerker dient op het moment van het verzoek of indienen bezwaar de functie nog steeds uit te oefenen.”
Voor de vraag of een andere functie ook werkelijk is uitgeoefend wordt het criterium uit de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF) gehanteerd. Dit betekent dat de vraag of de gewenste functie daadwerkelijk is uitgevoerd moet worden beantwoord aan de hand van de niveaubepalende elementen van die functie. Noodzakelijk is dat vastgesteld wordt dat door het uitoefenen van de tijdelijke werkzaamheden in overwegende mate is voldaan aan de niveaubepalende elementen van de andere functie. Deze zijn omschreven in het onderdeel ‘kern van de functie’ van de betreffende LFNP-functie”.
In ieder geval zal de ambtenaar moeten aantonen dat door het totaal van opgedragen werkzaamheden in overwegende mate aan de andere functie is voldaan door aan te tonen dat de te behalen resultaten van de andere functie behorende bij de betreffende niveaubepalende elementen tot uitdrukking zijn gekomen.”
In de redenatie van HR staat dat Hans zijn werkzaamheden op het nivo van Spec D heeft gedaan. Het is niet zo dat ik dit bestrijd, echter het verschil tussen de D en E is moeilijk aan te geven.”