Eiser, voormalig logistiek medewerker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn IVA-uitkering per 1 oktober 2019 om te zetten naar een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,30%.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) beoordeeld. Beide artsen hebben eiser lichamelijk en psychisch onderzocht en concludeerden dat de beperkingen en belastbaarheid van eiser adequaat zijn vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met zijn fysieke klachten en psychische toestand. Er is geen sprake van een volledig arbeidsongeschikte situatie conform het Schattingsbesluit.
De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die aansluiten bij de vastgestelde beperkingen, en de rechtbank acht deze functies medisch passend. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid op 36,30% is gebaseerd op het inkomen dat eiser met deze functies kan verdienen.
Eiser heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die aanleiding geeft tot twijfel over de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.