Eiseres, werkzaam als orderpicker, viel op 19 januari 2017 uit wegens een bedrijfsongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het UWV de uitkering per 19 februari 2018, waarna bezwaar en beroep ongegrond werden verklaard. Op 18 februari 2019 meldde eiseres zich opnieuw arbeidsongeschikt met klachten aan duim, nek, schouder en whiplash. Het UWV kende opnieuw een ZW-uitkering toe, maar beëindigde deze per 24 juni 2019 na medisch onderzoek.
Het geschil betreft de vraag of het UWV terecht de uitkering heeft beëindigd. Het UWV baseerde zich op rapportages van een verzekeringsarts in opleiding en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die concludeerden dat eiseres geschikt is voor de functie van commercieel callcenter medewerker. Eiseres betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek en stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek en dossieronderzoek. De verzekeringsarts b&b had toegang tot uitgebreide medische gegevens en vond geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De arbeidsdeskundige concludeerde dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het eigen werk te verrichten. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 24 juni 2019.