Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 22 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Oordeel rechtbank
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser was sinds 1997 in dienst bij Transportbedrijf en werd ziek na een overname door een andere werkgever. Het UWV stelde het Ziektewet-dagloon vast op basis van het loon bij de laatste werkgever in februari 2019. Eiser betoogde dat zijn dagloon onjuist was vastgesteld omdat ook het loon bij de vorige werkgever meegenomen moest worden vanwege opvolgend werkgeverschap.
De rechtbank oordeelde dat het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen vereist dat er sprake moet zijn van één werkgever met meerdere dienstbetrekkingen die als één inkomstenverhouding zijn aangemerkt. Dit was niet het geval omdat de twee werkgevers verschillende loonheffingennummers hadden en aparte inkomstenverhoudingen registreerden. Het beroep van eiser faalde ook omdat het Dagloonbesluit geen uitzonderingsmogelijkheid biedt voor seizoensarbeid of hogere inkomsten in andere maanden.
De rechtbank concludeerde dat het UWV het dagloon correct heeft vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 22 december 2020 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit over de vaststelling van het Ziektewet-dagloon wordt ongegrond verklaard.