ECLI:NL:RBZWB:2020:6573
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdige ziektewetsanctie door UWV
Verzoeker was werkzaam bij een uitzendbureau en meldde zich ziek op 18 december 2013. Het UWV weigerde op 4 mei 2016 een WIA-uitkering toe te kennen, mede vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. Verzoeker diende daarop een schadevergoedingsverzoek in omdat het UWV niet tijdig een ziektewetsanctie had opgelegd.
Tijdens de procedure heeft het UWV aangegeven bereid te zijn tot vergoeding, maar stelde dat de schade niet hoger kan zijn dan de netto Ziektewet-uitkering die verzoeker zou hebben ontvangen. Verzoeker kon onvoldoende bewijs leveren van het ontvangen bedrag en de relatie daarvan tot het derde ziektejaar.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond welke schade hij heeft geleden, mede door tegenstrijdige en onvoldoende onderbouwde verklaringen over de nabetaling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van geleden schade.