Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 november 2020, met producties 1 tot en met 9;
- de bij brief van 7 december 2020 overgelegde producties 1 tot en met 9 zijdens Griebling;
- de conclusie van antwoord zijdens Google;
- de bij brief van 8 december 2020 overgelegde emailcorrespondentie zijdens Griebling;
- de mondelinge behandeling van de vordering in kort geding d.d. 10 december 2020;
- de pleitnota zijdens Google.
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Bijdragen moeten zijn gebaseerd op echte ervaringen en informatie. Opzettelijk valse content, gekopieerde of gestolen foto’s, niet relevante reviews, lasterlijk taalgebruik, persoonlijke aanvallen en overbodige of onjuiste content zijn allemaal in strijd met ons beleid. We vragen u dergelijk gedrag te melden.”
Inhoudelijk matig, slechte communicatie en zeer hoge kosten. Niet aan te raden”.
NJ2009, 550 ( [naam 1] / [naam 2] ), r.o 4.6.).
.4.7:
“ (…) het gaat hier immers om een door een websitehouder geopenbaarde beschuldiging van oplichting aan het adres van [naam 2] , waarvan voor een buitenstaander (zoals [naam 1] in dit opzicht is) niet zonder meer duidelijk is of en in hoeverre dat verwijt steun vindt in de feiten en of en in hoeverre het publiekelijk uiten van dat verwijt gerechtvaardigd is. Dat de gepubliceerde informatie in dit geval een ernstige beschuldiging betreft en dat de beschuldiging bovendien door de websitehouder anoniem geuit wordt, brengt ook nog niet zonder meer mee dat de informatie onmiskenbaar onrechtmatig is. Onder omstandigheden kan een websitehouder er immers een gerechtvaardigd belang bij hebben om vermeende misstanden aan de kaak te stellen zonder dat zijn persoonsgegevens publiekelijk bekend worden; of dat zo is onttrekt zich veelal aan de waarneming van de serviceprovider.”
980,00