Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 21 juli 2019 ontstond brand in de woning en de schuur van verdachte te Kaatsheuvel nadat vuurwerk was afgestoken. Verdachte werd vervolgd wegens het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met vuurwerk in de woning en nabij de schuur, waarbij gevaar voor goederen en personen werd gevreesd.
Tijdens de zitting op 30 januari 2020 werden verklaringen van getuigen, waaronder familieleden en een externe getuige, besproken. De officier van justitie stelde dat verdachte vuurwerk had afgestoken op de overloop en in de tuin nabij de schuur, wat leidde tot brand en gevaarlijke situaties. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was en dat alternatieve scenario's mogelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte het vuurwerk op de overloop had afgestoken op het moment dat de brand ontstond. Ook kon niet worden bewezen dat het vuurwerk in de nabijheid van de schuur de brand had veroorzaakt. Er ontbrak technisch bewijs en de verklaringen waren niet eenduidig. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij vuurwerk afstak en de brand veroorzaakte.