ECLI:NL:RBZWB:2020:7006
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij WW-uitkeringsweigering
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem geen WW-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar werd door het college aangemerkt als beroepschrift en doorgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank wees eiser schriftelijk op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
Ondanks herhaalde aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De rechtbank constateerde daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was en besloot de zaak zonder inhoudelijke behandeling af te doen.
De beslissing is gebaseerd op de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name artikel 8:41 en Pro 8:54. Eiser is gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
De uitspraak onderstreept het belang van tijdige betaling van griffierecht voor de ontvankelijkheid van een beroepschrift in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.