ECLI:NL:RBZWB:2020:7176
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Bollen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na echtscheiding bij onvoldoende financiële informatie man
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie na echtscheiding tussen de vrouw en de man. De minderjarige heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw. Partijen waren het eens over de behoefte van €350 per maand, maar de man stelde onvoldoende draagkracht te hebben.
De man bracht onvoldoende actuele financiële stukken in, ondanks herhaalde verzoeken en gelegenheid daartoe. Hij ontkende inkomen te hebben naast zijn AOW-uitkering en stelde dat hij zijn voorraad moest verkopen om liquide middelen te verkrijgen. De rechtbank kon dit niet verifiëren wegens het ontbreken van relevante bedrijfsadministratie en bewijsstukken over de verkoop van onroerend goed.
De man had in 2017 drie verhuurde panden verkocht, waarbij vermoed werd dat er aanzienlijke overwaarde was, maar hij leverde geen bewijsstukken om dit te onderbouwen. Ook zijn stelling dat hij schulden had en niet in staat was vaste lasten te betalen, werd niet ondersteund door bewijs. De rechtbank concludeerde dat het gebrek aan financiële transparantie voor risico van de man komt.
De rechtbank stelde daarom vast dat de man voldoende draagkracht heeft om de kinderalimentatie van €350 per maand te voldoen vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank stelt de kinderalimentatie vast op €350 per maand vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.