Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege niet-aftrekbare kosten voor een elektrische aankoppelunit, de minitrac. Deze minitrac, in bruikleen verstrekt door de gemeente in 2003, is volledig afgeschreven en wordt niet meer door de gemeente vergoed. Belanghebbende moest daarom zelf de reparatie- en verzekeringskosten dragen.
De rechtbank stelde vast dat de minitrac geen rolstoel of scootmobiel is en dat de uitsluiting van artikel 6.17 lid 2 Wet IB niet van toepassing is. Tevens achtte de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende geen gemeentelijke ondersteuning ontving of recht daarop had. De minitrac wordt hoofdzakelijk door zieke of invalide personen gebruikt, waardoor de kosten als specifieke zorgkosten aftrekbaar zijn.
Op basis hiervan werd het beroep gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt de aansluiting van fiscale regelgeving op gemeentelijke zorgvoorzieningen en de reikwijdte van hulpmiddelen in de zin van de Wet inkomstenbelasting.