ECLI:NL:RBZWB:2021:126
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende beurs met terugwerkende kracht wegens niet tijdige aanvraag
Eiser heeft medio juli 2018 een aanvraag om een aanvullende beurs verzonden naar het Centraal Meldpunt overledenen van DUO, maar deze niet aangetekend verzonden. DUO heeft de aanvraag niet ontvangen en heeft op 15 januari 2020 een aanvraag ontvangen waarop de aanvullende beurs is toegekend met ingang van september 2019.
Eiser stelt dat hij recht heeft op een eerdere aanvullende beurs vanwege het overlijden van zijn vader, maar kan dit niet bewijzen. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 3.21 van de Wet studiefinanciering 2000 studiefinanciering niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend voor een periode voorafgaand aan het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het risico van niet-tijdige ontvangst bij eiser ligt omdat hij de aanvraag niet aangetekend heeft verzonden, ook al is dat niet vermeld op de website van DUO. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de wettelijke termijn uitdrukkelijk is gesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de aanvullende beurs niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend.