ECLI:NL:RBZWB:2021:1270
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overschrijding geluidsvoorschriften horeca-inrichting
Eiseres exploiteert een horeca-inrichting en werd door het college van burgemeester en wethouders van Breda geconfronteerd met een last onder dwangsom vanwege overschrijding van geluidsnormen. Na metingen op 10 juni 2018 bleek dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau met 14 dB(A) werd overschreden, wat leidde tot een dwangsom van €1.000.
Eiseres maakte bezwaar tegen de invordering van de dwangsom, stellende dat het meetonderzoek gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van correcties voor stoorgeluiden en onjuiste locatie van metingen. Het college verdedigde het meetverslag als deskundig en betrouwbaar, onderbouwd met een luisterronde en kalibratie van apparatuur.
De rechtbank oordeelde dat het meetverslag voldoende inzicht biedt in de vaststellingen en dat de metingen volgens de geldende methodiek zijn uitgevoerd. De stelling van eiseres dat het geluid afkomstig was van een andere horecagelegenheid werd verworpen, mede omdat het meetverslag een specifiek basritme toeschreef aan de inrichting van eiseres.
Daarnaast werd het beroep op overgangsrecht afgewezen omdat dit niet tijdig was ingebracht en zelfs als dat wel zo was, de overschrijding te groot was om dit te compenseren. De rechtbank concludeerde dat het college terecht de dwangsom heeft ingevorderd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van de dwangsom wegens overschrijding van geluidsvoorschriften.