ECLI:NL:RBZWB:2021:132
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering bevestigd
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen per 28 december 2019, omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Het bezwaar werd op 10 januari 2020 ontvangen, na afloop van de wettelijke termijn van zes weken die begon op 28 november 2019.
Eiser stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt en dat hij op toezeggingen van het UWV mocht vertrouwen dat zijn bezwaar niet te laat was. Ook voerde hij bijzondere omstandigheden aan, zoals ziekte en life-events, die hem zouden hebben belemmerd tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had aangetoond dat hij binnen de termijn bezwaar had ingediend, en dat het ontvangen bezwaarschrift van 10 januari 2020 het eerste was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Ook waren de bijzondere omstandigheden onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op en benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiser is om tijdig maatregelen te treffen bij ziekte om zijn belangen te beschermen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.