ECLI:NL:RBZWB:2021:1418
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning WIA-uitkering
Verzoekster kreeg aanvankelijk een besluit van het UWV waarin haar WIA-uitkering werd beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van 21,9%. Na bezwaar verklaarde het UWV dit bezwaar gegrond en bepaalde dat verzoekster recht had op een loonaanvullingsuitkering vanaf 7 april 2019. Vervolgens nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar en kende verzoekster een IVA-uitkering toe met ingang van dezelfde datum.
Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en de kosten van verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige expertise.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €3.578,75, inclusief het griffierecht dat het UWV afzonderlijk moest vergoeden. De rechtbank achtte de uren en tarieven van de deskundigen redelijk en binnen de maximale vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet tarieven in strafzaken. De uitspraak werd gedaan door rechter Karsten-Badal op 19 maart 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoekster ter hoogte van €3.578,75 en het griffierecht van €47,-.