Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen en video's op zijn computer. De officier van justitie stelde dat verdachte op 6 januari 2020 dergelijke bestanden op zijn computer had en deze via een geautomatiseerd werk had benaderd. Verdachte ontkende dit en verklaarde dat een back-up van een oude computer door zijn stiefvader op de nieuwe computer was gezet, waarbij enkele 'foute' bestanden over het hoofd waren gezien.
De rechtbank constateerde dat van de aangetroffen bestanden slechts een deel toegankelijk was en dat veel bestanden waren verwijderd of in de prullenbak stonden, wat past bij de verklaring van verdachte en zijn stiefvader. Er ontbraken logistieke gegevens over wanneer bestanden waren geplaatst, verwijderd of geopend. Ook waren er geen zoektermen op de computer die verband hielden met kinderporno, wat de stelling van de verdediging ondersteunde dat verdachte de bestanden niet bewust had gedownload of bekeken.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs kon de rechtbank niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat verdachte bewust kinderpornografisch materiaal bezat en sprak hem vrij. De computer en de 80 kinderpornografische bestanden werden onttrokken aan het verkeer, maar de overige bestanden, waaronder privéfoto's van familie, werden aan verdachte teruggegeven. De rechtbank gaf het Openbaar Ministerie handvatten voor het veiligstellen van de bestanden zonder verlies van niet-strafbare gegevens.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bewust bezit kinderpornografisch materiaal; beslag op computer en kinderpornobestanden wordt onttrokken aan het verkeer, overige bestanden worden teruggegeven.