ECLI:NL:RBZWB:2021:1484

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
AWB- 21_678
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning zonnepark wegens termijnoverschrijding

Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van 25 november 2020 waarbij een omgevingsvergunning werd verleend voor de bouw van een zonnepark. Het bezwaar werd omgezet in een beroepschrift dat echter pas op 28 januari 2021 bij het college werd ontvangen, nadat de wettelijke termijn van zes weken was verstreken.

De rechtbank stelde vast dat het besluit vanaf 2 december 2020 gedurende zes weken ter inzage lag en dat de beroepstermijn derhalve op 13 januari 2021 eindigde. Eiser voerde aan dat hij dacht zijn bezwaar nog mondeling te kunnen toelichten via digitale middelen of tijdens een zitting, maar dit werd niet als verschoonbare termijnoverschrijding beoordeeld.

Gelet op de duidelijke informatievoorziening in het gemeenteblad en de wettelijke bepalingen in de Awb, concludeerde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. De rechtbank besloot de zaak zonder inhoudelijke behandeling af te doen.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/678 CHWA

uitspraak van 26 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam 1] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 28 januari 2021 per email bij het college bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 november 2020 inzake de verlening van een omgevingsvergunning aan [naam bedrijf] (vergunninghouder) voor het bouwen van een zonnepark op de locatie [naam locatie] ( [adres 1] en [adres 2] ) te [plaatsnaam 2] . Het college heeft het bezwaarschrift als beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank. De rechtbank heeft het beroepschrift op 5 februari 2021 ontvangen.

Overwegingen

1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen om het beroepschrift binnen de daarvoor bepaalde termijn in te dienen. De griffier heeft eiser bij brief van 17 februari 2021 erop gewezen dat het beroep niet binnen die termijn is ingesteld en heeft daarbij de gelegenheid geboden de reden van de termijnoverschrijding toe te lichten. Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft eiser aangevoerd dat hij dacht dat hij zijn bezwaar nog verbaal mocht duiden, dit middels TEAMS/Zoom of door aanwezig te zijn bij een zitting van de gemeenteraad of van het college van burgemeester en wethouders.
2. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit is gedagtekend 25 november 2020 en dat het college het besluit ter inzage heeft gelegd bij de publieksbalies in [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] vanaf 2 december 2020 gedurende zes weken, tot en met 13 januari 2021. Het college heeft op 2 december 2020 in het gemeenteblad nr. 311970 kennis gegeven van het besluit. Daarbij is vermeld dat het besluit en de bijbehorende stukken ter inzage liggen en dat daartegen tijdens de inzage periode een beroepsschrift bij de rechtbank ZeelandWestBrabant kan worden ingesteld. Het bepaalde in de artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb brengt dan mee dat de beroepstermijn is aangevangen op de dag na de ter inzage legging van het bestreden besluit en is geëindigd op 13 januari 2021.
Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen. Het beroepschrift is op 28 januari 2021 bij de het college ontvangen. Het beroepschrift is dus gelet op artikel 6:9, eerste lid, van de Awb niet tijdig ingediend.
3. Termijnen van bezwaar en beroep zijn van openbare orde, dat wil zeggen dat het fatale termijnen zijn waarvan niet afgeweken kan worden, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is in verband met zeer bijzondere omstandigheden.
De rechtbank ziet in de door de eiser aangevoerde redenen geen aanleiding om niet-
ontvankelijk verklaring met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb achterwege te laten. Daartoe overweegt de rechtbank dat in het gemeenteblad nummer 311970 bij het besluit een rechtsmiddelen-clausule is opgenomen waarin duidelijk is vermeld dat binnen zes weken na de ter inzage legging van het besluit in beroep kan worden gegaan bij de rechtbank ZeelandWest-Brabant. Het college heeft eiser aldus op een juiste wijze gewezen op de beroepsmogelijkheid. De grond dat eiser dacht dat hij zijn bezwaar nog verbaal mocht duiden, dit middels TEAMS/Zoom of door aanwezig te zijn bij een zitting van de gemeenteraad of van het college van burgemeester en wethouders, kan dan ook niet slagen. Dat eiser pas nadat hij door een publicatie aangaande goedkeuring voor een aanleg van een kabel naar of van het betreffende zonnepark er achter is gekomen, en daarmee na het verstrijken van de beroepstermijn, beroep heeft ingediend dient dan ook voor risico van eiser te blijven. Derhalve is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb die in de weg zou staan aan een niet-ontvankelijkverklaring.
4. Een en ander leidt tot de slotsom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank zal de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
5. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 6:7, 6:8, eerste lid, 6:9, 6:11 en 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van J.J.P.M. van Gestel, griffier, op 26 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.
Artikel 6:7 van Pro de Awb luidt als volgt:
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.
Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Artikel 6:9 van Pro de Awb luidt als volgt:
1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Artikel 6:11 van Pro de Awb luidt als volgt:
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Artikel 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb luidt als volgt:
Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien de voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.