Verzoeker heeft een overkapping geplaatst zonder omgevingsvergunning, waarvoor het college een last onder dwangsom oplegde. Verzoeker stelde dat de overkapping vergunningvrij was omdat deze in het achtererfgebied lag, maar het college betwistte dit op grond van de juridische voorgevelrooilijn aan de westzijde, grenzend aan natuurgebied.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de overkapping niet in het achtererfgebied ligt en dus vergunningplichtig is. Het college handhaaft op basis van spelregels die bebouwing tot 3 meter vóór het hoofdgebouw toestaan, wat verzoeker al heeft benut. Er is geen zicht op legalisering en handhaving is proportioneel.
Verzoekers beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt voorlopig niet gehonoreerd, omdat het college nader onderzoek moet doen. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het primaire en bestreden besluit worden geschorst tot twee weken na de uitspraak in de hoofdzaak. Het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.