ECLI:NL:RBZWB:2021:153
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens manipulatie tachograaf bevestigd door rechtbank
Eiser maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete van €1.500 opgelegd wegens overtreding van artikel 2.4:4 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer door manipulatie van de tachograaf in zijn vrachtwagen. De boete volgde op een controle door toezichthouders die onregelmatigheden in rijtijden en afstand constateerden, waarna nader onderzoek bij een erkende garage en de fabrikant bevestigde dat de tachograaf was gemanipuleerd.
Eiser stelde dat het onderzoek onrechtmatig was omdat artikel 5:19 Awb Pro geen doorzoekingsbevoegdheid geeft en dat het voertuig onrechtmatig was overgebracht zonder gegrond vermoeden van fraude. Ook betwistte hij het bewijs en de hoogte van de boete. De rechtbank oordeelde dat de toezichthouders voldoende aanwijzingen hadden voor nader onderzoek en dat het onderzoek bij de garage rechtmatig was. Het gegrond vermoeden van fraude was aanwezig op basis van onwaarschijnlijke rijtijden en plotselinge vertragingen.
Hoewel de aard van de manipulatie niet nader werd toegelicht, vond de rechtbank de conclusie van de fabrikant betrouwbaar en onvoldoende gemotiveerd tegenbewijs van eiser. De boete van €1.500 werd als proportioneel beoordeeld, mede gelet op beleidsregels en eerdere jurisprudentie. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens tachograafmanipulatie wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.500 blijft in stand.