ECLI:NL:RBZWB:2021:1560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking besluit RDW over kentekenbewijs
Verzoeker heeft bij de RDW een aanvraag gedaan voor afgifte van een Nederlands kentekenbewijs voor een voertuig waarvan een hoofdonderdeel niet te identificeren was. Na een eerste weigering en een herhaalde aanvraag, waarbij Duitse documenten werden overgelegd, wees de RDW de aanvraag opnieuw af. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in. De RDW trok het bestreden besluit uiteindelijk in en nam de aanvraag opnieuw in behandeling.
Nadat het beroep was ingetrokken, verzocht verzoeker de RDW te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank overwoog dat de RDW gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen door het besluit in te trekken en veroordeelde de RDW tot vergoeding van de proceskosten voor rechtsbijstand. De kosten van een ingeschakelde deskundige werden niet vergoed, omdat deze niet relevant waren voor de juridische vraag of nieuwe feiten of omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank wees tevens op de vergoeding van het griffierecht aan verzoeker door de RDW. De uitspraak werd gedaan door rechter Karsten-Badal en griffier Sebel op 1 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de RDW tot vergoeding van € 534,- aan proceskosten na intrekking van het besluit.