Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 2 april 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Omvang geschil
Wettelijk kader
Arbeidsmaatstaf
Medische beoordeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, die sinds juni 2016 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg in 2018 geen WIA-uitkering toegekend en maakte daartegen bezwaar en beroep, welke ongegrond werden verklaard. In 2019 meldde zij zich opnieuw ziek en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering, die het UWV per 7 oktober 2019 beëindigde op grond van medische beoordelingen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de functies die in het kader van de eerdere WIA-beoordeling waren geduid, waaronder die van wikkelaar, geschikt zijn voor eiseres ondanks haar klachten. De medische rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige ondersteunen dat eiseres geen zodanige beperkingen heeft die haar ongeschikt maken voor deze functies.
Eiseres voerde aan dat haar klachten, zowel lichamelijk als psychisch, zwaarder wegen dan het UWV aannam, maar de rechtbank vond de medische onderzoeken zorgvuldig en de conclusies van de verzekeringsartsen begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Arbeidskundige bezwaren zijn niet aan de orde in deze procedure.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft besloten de Ziektewet-uitkering te beëindigen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.