ECLI:NL:RBZWB:2021:1634
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tegen dwangbevel bij terugvordering bijstandsuitkering
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2020 inzake de herziening, intrekking en terugvordering van een bijstandsuitkering. Tijdens de beroepsprocedure vaardigde verweerder op 20 januari 2021 een dwangbevel uit waarbij verzoeker werd verplicht binnen vijf dagen een bedrag van € 70.994,13 te betalen. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening, die hij later introk met het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder stelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen door af te zien van executieverkoop van woning en goederen zolang de beroepsprocedure liep. Echter, verzoeker had geen contact gezocht met verweerder om de uitvoering van het dwangbevel op te schorten en had niet de juiste procedure gevolgd om verzet te voeren tegen het dwangbevel.
Gezien deze omstandigheden zag de voorzieningenrechter onvoldoende reden om verweerder te veroordelen in de proceskosten en wees het verzoek af. Ook werd geen vergoeding van het griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.