ECLI:NL:RBZWB:2021:1675

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2021
Publicatiedatum
7 april 2021
Zaaknummer
AWB- 20_6523
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in WIA-uitkering

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de WIA-uitkering van betrokkene ongewijzigd voort te zetten vanaf 19 oktober 2019. Later heeft het UWV dit besluit gewijzigd en de uitkering ingetrokken vanaf 9 september 2020. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat het UWV door het gewijzigde besluit gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen, waardoor op grond van artikel 8:75a Awb het UWV in de proceskosten kan worden veroordeeld. De proceskosten worden vastgesteld op € 534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Daarnaast wordt opgemerkt dat het griffierecht van € 354,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat hiervoor geen veroordeling nodig is. De rechtbank veroordeelt het UWV dan ook tot betaling van € 534,- aan proceskosten.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/6523 WIA
uitspraak van 1 april 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. P.H. Lammerts,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 april 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake het ongewijzigd voortzetten van de WIA-uitkering van [naam betrokkene] vanaf 19 oktober 2019.
Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en de WIA-uitkering van [naam betrokkene] vanaf 9 september 2020 ingetrokken.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 15 februari 2021 aangegeven zich te kunnen vinden in het verzoek van verzoekster.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 28 juli 2020 dat het UWV – in ieder geval gedeeltelijk – aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,‑ en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 354,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 1 april 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.