Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 7 april 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eisers] , te [plaatsnaam 1] , eisers,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Beroepsgronden
Wettelijk kader
Beoordeling
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 28 mei 2019 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 28 mei 2019;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.403,-.