Eiser had recht op gezinsbijslag, maar de SVB vorderde een te hoog uitbetaald bedrag over maart tot en met december 2018 terug. Eiser verzocht om herziening van dit terugvorderingsbesluit, stellende dat nieuwe feiten en omstandigheden tot een andere beoordeling moesten leiden.
De SVB wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Toch concludeerde de rechtbank dat eiser geen nieuwe feiten had aangedragen die tot herziening van de terugvordering konden leiden. De terugvordering bleef daarom in stand. De rechtbank veroordeelde de SVB tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.