Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 13 april 2021 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
“(…) De regering is van mening dat de beoordeling of er al dan niet sprake is van «zicht op inkomensverbetering» door het college aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval moet plaatsvinden. (…). Hiertoe heeft de regering ervoor gekozen om in de bijstand op te nemen welke individuele omstandigheden de colleges in ieder geval in de beoordeling van het recht op een individuele inkomenstoeslag moeten betrekken. Het betreft hier de krachten en bekwaamheden van de desbetreffende persoon, alsmede de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Aan de hand van mede deze weging van de individuele omstandigheden, stelt het college vast of de betreffende persoon naar het oordeel van het college al dan niet «zicht op inkomensverbetering» heeft en recht heeft op een individuele inkomenstoeslag. (…) Omdat de individuele toeslag een beoordeling van de individuele omstandigheden van de belanghebbende door het college vergt, is er (…) voor gekozen om het nieuwe artikel 36 WWB Pro te formuleren als een «kan-bepaling» (...).”
in beginselgeen zicht hebben op inkomensverbetering. Dit sluit niet uit dat ook andere personen op grond van een op de persoon van de aanvrager toegespitst onderzoek naar het uitzicht op inkomensverbetering recht op een individuele inkomenstoeslag kunnen hebben. Deze individuele beoordeling heeft het college in dit geval ook gemaakt. In zoverre gaat het college met het hanteren van artikel 1, aanhef en lid 3, van de beleidsregels de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de CRvB van 16 juni 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1248.
U volgt een traject wat gericht is op het vinden van betaalde arbeid. U krijgt daarvoor hulp van een arbeidsdeskundige. Met ingang van 21 oktober 2019 bent u bij [naam bedrijf] gestart met een werkervaringsstage. De begeleidster daar heeft tussentijds aangegeven dat u door middel van het volgen van een gerichte opleiding kan groeien naar de functie “zelfstandig functionerend medewerker wonen”. U en uw arbeidsdeskundige zijn op zoek naar een BBL-stageplaats zodat gestart kan worden met BBL-opleiding. Zodra u een dergelijke opleiding volgt (werken en leren) is er sprake van inkomensverbetering.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.