Eiseres exploiteert een evenementenlocatie waar op 2 februari 2019 een dancefeest plaatsvond met overschrijding van de geluidsnormen. De burgemeester legde een last onder dwangsom op vanwege deze overschrijding, welke het college bij bezwaar handhaafde. Eiseres stelde dat het college niet bevoegd was, dat zij niet gehoord was, dat de last onvoldoende concreet was, de metingen onvoldoende betrouwbaar en de dwangsom disproportioneel.
De rechtbank oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek van de burgemeester werd hersteld door het college in het bestreden besluit. Het college had ten onrechte niet vooraf gehoord, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat eiseres haar zienswijze in bezwaar kon geven. De last betreft een herstelsanctie en de metingen, ondanks enkele tekortkomingen, maken aannemelijk dat een overschrijding heeft plaatsgevonden. Het college was bevoegd tot handhaving.
Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen toezegging tot niet-handhaven was aangetoond en er overleg had plaatsgevonden. De last is voldoende concreet, ook zonder emissiewaarden, en de hoogte van de dwangsom is niet onredelijk gelet op het commerciële karakter van het evenement. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, draagt het griffierecht toe en veroordeelt het college in de proceskosten.