ECLI:NL:RBZWB:2021:1868
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoeker, eigenaar en bewoner van een woning, maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om de woning voor twee maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 206 planten. De burgemeester had op grond van artikel 13b van de Opiumwet de last onder bestuursdwang opgelegd.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting uit te stellen tot 12 april 2021, zodat hij voldoende tijd en budget had om vervangende woonruimte te vinden. De burgemeester had echter toegezegd niet tot sluiting over te gaan voor de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat de burgemeester de sluiting had uitgesteld tot de datum van de uitspraak. Het verzoek werd daarom afgewezen. De burgemeester kreeg nog een termijn tot 20 april 2021 om de last zelf te laten uitvoeren zonder bestuursdwang.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter V.M. Schotanus op 16 april 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.