ECLI:NL:RBZWB:2021:1871

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
16 april 2021
Zaaknummer
AWB- 20_7123
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming verzoeker

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 15 mei 2020 over zijn geschiktheid voor arbeid. Het UWV wijzigde het besluit op 16 november 2020, waardoor verzoeker per 17 december 2019 ongeschikt werd verklaard. Hierna trok verzoeker het beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De rechtbank stelde vast dat het UWV gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast werd opgemerkt dat het griffierecht van € 48,- door het UWV aan verzoeker moet worden vergoed, waardoor een veroordeling daarvoor niet nodig was.

De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 16 april 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzet tegen deze uitspraak is binnen zes weken mogelijk.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 534,-.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/7123 ZW
uitspraak van 16 april 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [naam woonplaats] , verzoeker,

gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 mei 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de geschiktverklaring vanaf 17 december 2019 tot het verrichten van zijn arbeid.
Bij besluit van 16 november 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat verzoeker per 17 december 2019 wel ongeschikt is voor zijn arbeid.
Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 16 november 2020 dat het UWV in ieder geval gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 534,‑ en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van J.J.P.M. van Gestel, griffier, op 16 april 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.