ECLI:NL:RBZWB:2021:1928
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van eiseres tegen het UWV over haar WIA-uitkering. Na een tussenuitspraak waarin een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek werd vastgesteld, kreeg het UWV de gelegenheid dit te herstellen. Het UWV bracht aanvullende medische en arbeidsdeskundige rapporten in die concludeerden dat er per 23 oktober 2020 geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De verzekeringsarts b&b onderzocht eiseres en concludeerde dat de klachten niet significant verslechterd waren, behalve een aanvullende beperking voor kracht zetten met de handen vanwege carpaal tunnel syndroom. De arbeidsdeskundige b&b beoordeelde eiseres geschikt voor bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 30,60%, wat geen toename betekent.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het gebrek in het besluit voldoende had hersteld met de aanvullende rapporten, die zorgvuldig en objectief waren opgesteld. Eiseres had niet inhoudelijk gereageerd of nieuwe medische stukken ingediend. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.