ECLI:NL:RBZWB:2021:1989
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens niet-aangetoonde onafgebroken samenwoning
Eiseres, met de Filipijnse nationaliteit, diende op 30 april 2019 een verzoek tot naturalisatie in op basis van een duurzame ongehuwde samenwoning met een Nederlandse partner. Verweerder wees het verzoek af omdat uit de Basisregistratie Personen bleek dat zij van 10 februari 2018 tot 5 mei 2018 niet op hetzelfde adres stonden ingeschreven, waardoor de onafgebroken samenwoning niet was aangetoond.
Eiseres voerde aan dat de samenwoning wel degelijk onafgebroken was en overhandigde diverse administratieve stukken en een verklaring van haar partner ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende objectief bewijs vormden om de onderbreking te weerleggen.
Op grond van artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap geldt een verkorte termijn van drie jaar onafgebroken samenwoning voor naturalisatie, maar deze was niet voldaan. Ook voldeed eiseres niet aan de vijfjarige verblijfsvoorwaarde. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van naturalisatie bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om naturalisatie wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken samenwoning.