Op 14 april 2020 stak verdachte het slachtoffer met een mes in het gezicht en in de borststreek, waarbij het slachtoffer een kleine klaplong opliep en een zichtbaar litteken in het gezicht overhield.
De rechtbank achtte onvoldoende bewezen dat verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden, waardoor verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebracht, namelijk zware mishandeling.
Verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp dit omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachte. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een contactverbod.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €3.917,16 schadevergoeding aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling bij niet-betaling.
De rechtbank hield rekening met een reclasseringsrapport dat wees op cognitieve en emotionele beperkingen bij verdachte, maar vond een gevangenisstraf noodzakelijk vanwege de ernst van het feit en het risico op herhaling.