ECLI:NL:RBZWB:2021:2048
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming Tofa wegens niet voldoen aan inkomenseis
Eiseres, werkzaam als oproepkracht, heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (Tofa). De minister heeft deze aanvraag geweigerd omdat uit de polisadministratie blijkt dat het SV-loon in april 2020 niet met ten minste 50% is gedaald ten opzichte van februari 2020.
Eiseres betoogt dat haar loon in april slechts €27 hoger is dan de gestelde grens en dat de loonperiode niet overeenkomt met de daadwerkelijk gewerkte uren. Tevens doet zij een beroep op de hardheidsclausule. De minister stelt dat de regeling strikt uitgaat van de polisadministratie en geen ruimte biedt voor afwijkingen of andere loonperiodes.
De rechtbank oordeelt dat de regeling expliciet voorschrijft dat het loon wordt toegerekend aan de maand zoals opgegeven door de werkgever en dat een hardheidsclausule ontbreekt. De Tofa is een tijdelijke crisisregeling die snel en robuust moet worden uitgevoerd, waardoor geen rekening kan worden gehouden met bijzondere omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de Tofa-tegemoetkoming wegens niet voldoen aan de inkomenseis.