ECLI:NL:RBZWB:2021:2071
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen omgevingsvergunning voor 10 meter hoge lichtmasten afgewezen
Eiser, eigenaar van een woning en een recreatiewoning nabij het perceel van de derde partij, maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zeven lichtmasten van 10 meter hoog. Hij vond de masten te hoog en stelde dat deze zowel materiële als immateriële schade veroorzaakten door lichthinder. Tevens stelde hij dat het college geen onderzoek had gedaan naar de effecten op de natuur.
De rechtbank overwoog dat het college de vergunning voor de lichtmasten had verleend en daarbij artikel 4, derde lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht had toegepast. Na eerdere vernietiging van een besluit omdat de belangen van eiser onvoldoende waren meegewogen, had het college een nieuw besluit genomen met aanvullende voorschriften over de lichtsterkte en richting van de armaturen.
Een door het college ingeschakeld bureau voerde een quickscan uit naar de effecten op de natuur en concludeerde dat de verhoging van de masten geen negatieve invloed zou hebben op beschermde soorten of natuurwaarden. Eiser heeft deze conclusie niet gemotiveerd bestreden. De rechtbank oordeelde daarom dat het vergunnen van de lichtmasten niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en verklaarde het beroep ongegrond. Vergoeding van schade wegens gederfd woongenot werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de omgevingsvergunning voor de lichtmasten wordt ongegrond verklaard.