Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 20 april 2021 van de rechtbank in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser), te [plaatsnaam] , gemachtigde: mr. J.W. van de Wege,
Procesverloop
OverwegingenFeiten en omstandigheden
Standpunt eiser
cliënt legt de lat hoog voor zichzelf en anderen en kan daarin erg koppig volharden.
Het leidt tot conflicten. De verzekeringsarts b&b heeft de aangepaste belastbaarheid vervat in een FML van 4 mei 2020.
"Toont een perfectionisme dat interfereert met het voltooien van taken (is bijvoorbeeld niet in staat om een project af te ronden omdat niet wordt voldaan aan zijn of haar strikte normen)"het volgende opgemerkt:
"Cliënt wil dingen goed doen. Hij zet soms dingen even weg (geen zin of nog niet de juiste middelen) zoals met dingen repareren omdat hij het wel op een degelijke manier wil doen. Hij heeft de behoefte om het gewoon goed te doen. Neemt vaak teveel tijd in beslag (bijv. in zijn werk bij [naam bedrijf] ). Hij gaat ook vaak een project niet aan". Gelet op deze bewoordingen stelt de verzekeringsarts b&b terecht dat de door de psycholoog aangegeven beperking niet (ook) hoeft te worden ondergebracht bij belastingaspect 1.5.4. Bovenstaande bewoordingen zijn naar het oordeel van de rechtbank ook op correcte wijze verwerkt in de toelichting bij belastingaspect 1.5.5 in de FML van 28 februari 2020.
elkevorm van contact (waaronder sociaal contact) met collega’s, en een dergelijke vergaande beperking is ook niet geobjectiveerd met de overgelegde medische informatie. Anders dan eiser stelt, was de arbeidsdeskundige b&b ook niet gehouden om overleg te voeren met een verzekeringsarts op dit punt. Een dergelijke plicht vloeit in ieder geval niet voort uit de door hem aangehaalde passages in het CBBS.