ECLI:NL:RBZWB:2021:214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslagpartner bij kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag na scheiding van tafel en bed
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen over de kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget voor de jaren 2017 en 2018. Het bezwaar tegen de berekeningen over 2017 werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Het geschil concentreert zich op het besluit over 2018, waarbij eiseres betwist dat haar ex-partner als toeslagpartner is aangemerkt.
Eiseres stelt dat zij sinds juni 2017 gescheiden van tafel en bed is en dat de scheidingsprocedure toen al was gestart, waardoor haar ex-partner geen toeslagpartner meer zou zijn. De rechtbank stelt echter vast dat volgens de wet een echtgenoot pas niet meer als toeslagpartner wordt aangemerkt indien een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend bij de rechtbank. Dit verzoek is op 23 januari 2019 ingediend, wat betekent dat de ex-partner voor 2018 terecht als toeslagpartner is aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de feitelijke situatie niet afdoet aan de wettelijke regeling en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de ex-partner wordt terecht als toeslagpartner aangemerkt voor 2018.