ECLI:NL:RBZWB:2021:2144
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis proceskostenveroordeling in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde constateerde de kantonrechter dat het eerdere vonnis van 13 januari 2021 een kennelijke fout bevatte betreffende de proceskostenveroordeling. De oorspronkelijke veroordeling van eiser in de volledige proceskosten van gedaagde, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierechten en salaris gemachtigde, bleek onjuist. De proceskosten die toewijsbaar waren aan gedaagde als partij in deze procedure bestonden slechts uit het salaris van de gemachtigde.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen tot herstel van het vonnis. Gedaagde maakte geen gebruik van deze mogelijkheid, terwijl eiser instemde met de voorgestelde wijziging. Vervolgens heeft de kantonrechter het herstelvonnis gewezen waarin de proceskostenveroordeling is beperkt tot het salaris van de gemachtigde van gedaagde, vastgesteld op € 1.442,00.
Daarnaast is bepaald dat de gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien eiser niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan de proceskostenveroordeling voldoet. Ook zijn de nakosten en wettelijke rente over deze kosten geregeld, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis. De overige vorderingen zijn afgewezen.
Uitkomst: Het herstelvonnis beperkt de proceskostenveroordeling tot € 1.442,00 salaris gemachtigde van gedaagde en wijst de overige vorderingen af.