ECLI:NL:RBZWB:2021:2165
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep stichting wegens ontbreken rechtstreeks belang bij aanwijzingsbesluit kinderopvang
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van een stichting tegen een aanwijzingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk, gebaseerd op een inspectierapport van de GGD waarin meerdere overtredingen van de Wet kinderopvang werden vastgesteld.
De stichting betwistte de overtredingen en stelde dat het besluit in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij zij aansluiting vond bij eerdere jurisprudentie van de rechtbank Oost-Brabant.
De kern van de beoordeling was of de stichting als houder in de zin van de Wet kinderopvang kon worden aangemerkt en daarmee belanghebbende was. De rechtbank concludeerde dat de stichting geen onderneming exploiteert en dus niet houder is. Hierdoor ontbrak het aan een rechtstreeks belang bij het besluit, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank gaf geen inhoudelijk oordeel over de gegrondheid van het beroep en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang als houder.