ECLI:NL:RBZWB:2021:220

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 januari 2021
Publicatiedatum
20 januari 2021
Zaaknummer
AWB- 19_4199
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning Wajonguitkering

Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 4 juli 2019 waarin een Wajonguitkering werd geweigerd. Het UWV wijzigde dit besluit op 14 juli 2020 en kende alsnog met terugwerkende kracht per 9 november 2018 een Wajonguitkering toe. Een latere wijziging op 22 september 2020 betrof de ingangsdatum van deze uitkering.

Nadat het beroep hierdoor feitelijk was opgelost, trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV reageerde niet op dit verzoek. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen en oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen.

Op grond van artikel 8:75a Awb veroordeelde de rechtbank het UWV in de proceskosten, vastgesteld op € 1.068,00 voor professionele rechtsbijstand. Het griffierecht van € 47,00 werd door het UWV rechtstreeks aan verzoeker vergoed, zodat hiervoor geen veroordeling nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter G.M.J. Kok op 18 januari 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 1.068,00 na toekenning van de Wajonguitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 19/4199 WAJONG
uitspraak van 18 januari 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker,

gemachtigde: [naam gemachtigde verzoeker] ,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2019 (bestreden besluit) van het UWV over de weigering om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen.
In een besluit van 14 juli 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en verzoeker alsnog per 9 november 2018 een Wajonguitkering toegekend.
In een besluit van 22 september 2020 heeft het UWV het besluit van 14 juli 2020 gewijzigd met betrekking tot de ingangsdatum van de toegekende Wajonguitkering.
Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de besluiten van 14 juli en 22 september 2020 dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534, en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 47,00 aan verzoeker moet vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.068,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Tolner, griffier op 18 januari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.