Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3). Hij stelt dat hij en zijn gezin niet kunnen rondkomen van het gezamenlijke inkomen van €1.900 per maand, terwijl zij vaste lasten moeten betalen voor zowel het gezin als het restaurant. De voorzieningenrechter overweegt dat de Tozo 3 regeling vereist dat het gezamenlijke inkomen van de aanvrager en zijn partner lager is dan de bijstandsnorm.
Uit de aanvraag blijkt dat de partner van verzoeker een inkomen heeft van €1.900 per maand, wat hoger is dan de bijstandsnorm van €1.536,34 in januari 2021. Hierdoor voldoet verzoeker niet aan de voorwaarden voor een Tozo-uitkering. De voorzieningenrechter stelt vast dat de aanvraag terecht is afgewezen en dat het bezwaar ongegrond is verklaard. Daarnaast wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat het beroep ongegrond is.
De voorzieningenrechter erkent de lastige financiële situatie van verzoeker en adviseert hem contact op te nemen met de gemeente voor andere mogelijke financiële hulp, zoals de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). De uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé op 30 april 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.