Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
primairbepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
subsidiair, voor het geval zij niet de huurster van de echtelijke woning zal zijn, bepaling dat zij bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning met de zich daarin bevindende inboedel voort te zetten;
4.De beoordeling
primairte bepalen dat zij huurster zal zijn van de echtelijke woning. Aan haar verzoek legt de vrouw ten grondslag dat de man de echtelijke woning op
subsidiairte bepalen dat zij gerechtigd is de bewoning van deze woning en de zich daarin bevindende inboedel gedurende een periode van zes maanden na de ontbinding van het huwelijk voort te zetten.