ECLI:NL:RBZWB:2021:2277
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op zorgtoeslag 2016 na inkomenscorrectie door inspecteur
Eiser had in 2013 zorgtoeslag aangevraagd en voor 2016 aanvankelijk recht op een bedrag van circa €915,-. In november 2019 heeft de inspecteur voor de inkomstenbelasting het toetsingsinkomen van eiser voor 2016 echter herzien naar €913.079,-, wat boven de inkomensgrens voor zorgtoeslag ligt. Op basis hiervan heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht op zorgtoeslag voor 2016 herzien naar €0,- en de eerder ontvangen toeslag teruggevorderd.
Eiser betwist deze herziening en stelt dat het inkomen onjuist is vastgesteld, dat er geen deugdelijk onderzoek is verricht en dat de Belastingdienst/Toeslagen heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheids-, motiverings- en fair-play-beginsel. De rechtbank stelt echter vast dat de Belastingdienst/Toeslagen gebonden is aan het door de inspecteur vastgestelde inkomensgegeven en dat de bezwaargronden van eiser geen aanleiding geven tot een ander oordeel.
De rechtbank wijst erop dat indien het bezwaar tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting succesvol is, de zorgtoeslag opnieuw kan worden herzien. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 6 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op zorgtoeslag 2016 blijft vastgesteld op nul.