ECLI:NL:RBZWB:2021:2286
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking omgevingsvergunning voor bomenkap
Verzoekers maakten bezwaar tegen twee besluiten van de gemeente Breda waarin omgevingsvergunningen werden verleend aan Maas-Jacobs Vastgoed B.V. voor het vellen van respectievelijk 48 en 39 bomen op twee percelen. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Nadat de gemeente op verzoek van Maas-Jacobs Vastgoed B.V. de vergunningen had ingetrokken, trokken verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening in en verzochten zij de gemeente te veroordelen in de proceskosten. De gemeente reageerde hierop en stelde dat er geen spoedeisend belang bestond.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de vergunninghoudster pas mocht beginnen met het vellen van de bomen nadat zij beschikte over de benodigde bouw- en restauratievergunningen en toestemming om te starten met de werkzaamheden. Hierdoor was er geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Op grond hiervan oordeelde de voorzieningenrechter dat niet kon worden aangenomen dat de gemeente geheel of gedeeltelijk aan verzoekers was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Ook werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen tegemoetkoming door het bestuursorgaan.