Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om zijn aanvraag voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen af te wijzen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen omdat de beslissing op bezwaar niet kon worden afgewacht.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker in aanmerking komt voor beschermd wonen en reeds verblijft bij een passende zorginstelling. Het college weigert echter de aanvraag te honoreren omdat het herstel het beste zou plaatsvinden in centrumgemeente Enschede, terwijl onduidelijk is of verzoeker terugkeert naar Tilburg. De geschillencommissie landelijke toegankelijkheid beschermd wonen zal hierover op 25 mei 2021 uitspraak doen.
De zorginstelling heeft aangegeven dat de maandelijkse kosten van het verblijf ongeveer €3.300 bedragen en dat zij dit niet langer kan voorfinancieren. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig en beveelt het college om binnen één week een voorschot van €12.000 te betalen om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.