ECLI:NL:RBZWB:2021:2410
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen weigering WW-uitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om vanaf 1 januari 2020 geen WW-uitkering toe te kennen. Het UWV herzag dit besluit op 22 september 2020 en kende alsnog de uitkering toe met terugwerkende kracht. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en dat daarom het verzoek tot proceskostenveroordeling gegrond was op grond van artikel 8:75a van de Awb. De proceskosten werden vastgesteld op € 534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 48,- door het UWV aan verzoeker moet worden vergoed op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb, waardoor een aparte veroordeling daarvoor niet nodig was.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 534,- aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 11 mei 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan verzoeker.