Eiseres, werkzaam als verzorgende, viel in 2006 uit vanwege psychische klachten en kreeg vanaf 2008 een WIA-uitkering toegekend. In 2019 wijzigde het UWV haar uitkering van IVA naar WGA op basis van een herbeoordeling waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 58,97%. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 63,99% en handhaafde de WGA-uitkering.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van twee verzekeringsartsen en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossierstudie, spreekuurbezoek en informatie van huisarts en oogarts. De beperkingen van eiseres, waaronder psychische klachten en oogproblemen, zijn plausibel en objectief vastgesteld en neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde functies vast die passen bij de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank vond dat deze functies passend waren en dat de berekende mate van arbeidsongeschiktheid van 63,99% juist was. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.